ZO Canada – NO Amerika 2018

Voorbereiding:

oktober 2018: Na een fijne vakantie juni 2017 naar NW Canada, zijn we ons gaan oriënteren op het Noordoosten van Canada. Canada is ons (weer) zeer goed bevallen, vriendelijke mensen, prachtige natuur en niet te vergeten de gunstige stand van de Canadese Dollar t.o.v. de Euro. Het zoeken naar vliegtickets is begonnen, vliegen op Montreal, Québec, Halifax of zelfs Boston zou qua route allemaal mogelijk kunnen zijn. Luchtvaartmaatschappijen als WOW en/of Norwegian laten we even voor wat ze zijn, we houden ons aan de gerenommeerde maatschappijen.

31 oktober 2017: Vandaag leuke tickets gezien bij Expedia.nl. Met Lufthansa via Frankfurt naar Montreal voor 478 Euro. Later bleek dat als we er twee overnachting bijboekten we slechts 395 Euro per ticket betaalden. Ik zal die wereld van vliegtickets nooit begrijpen en hebben dit maar snel vastgelegd. We zijn niet eerder zo voordelig uitgekomen.

Nu de vliegtickets weer zijn geboekt, kunnen we het internet afstruinen om te zien wat we willen gaan doen/bekijken en via welke route we gaan rijden.

18 november 2017: We hebben inmiddels een aardig beeld van wat we allemaal willen zien en doen en dit via “My Drive” in een route weggeschreven. Via Booking.com en Hotwire.com hebben we al de nodige overnachtingen vastgelegd. Een aantal overnachtingen zijn via Hotwire geboekt en liggen echt vast, maar we hebben ook een aantal  overnachtingen vastgelegd via Booking.com en Expedia.nl met de mogelijkheid tot gratis annuleren.

27 november 2017: Nu ook de auto al gereserveerd. Via EconomyCarRentals terechtgekomen bij verhuurder Discount Car Rental. Beiden onbekend, maar prima prijsje. Toch even op verhuurder Discount gegoogeld, bleek in Canada best een grote verhuurder te zijn met veel vestigingen, dus maar vastgelegd. (19 dagen Fullsize Car, incl. Cross Bordercard voor 520 Euro) met de mogelijkheid tot gratis annuleren. Eens kijken of we de komende tijd nog wat voordeliger kunnen uitkomen. Inmiddels 18 maart 2018, nog steeds een goede deal!

18 maart 2018: Alle overnachtingen zijn nu geboekt en een aantal hebben we later qua prijs en/of kwaliteit aangepast. Zoals in onze route is te zien, volgen we de St Laurence Bay in Noordelijke richting en wordt deze steeds breder. Om (zonder omrijden) New Brunswick en Nova Scotia te bereiken moet je dus de Saint Laurence Bay oversteken. Er zijn diverse ferry’s die dit tegen ongeveer dezelfde prijs mogelijk maken. Van een oude/kleine catamaran, een tweetal oude ferry’s (reserveren niet mogelijk) tot een wat langere oversteek maar wel met een nieuw schip. We hebben gekozen voor de laatste, de oversteek van Baie-Comeau naar Matane. Een ongeveer 2.20uur durende oversteek met de MV Adrien Gauthier van rederij La Traversier. Mooi groot/nieuw schip met een fijne vertrektijd en ook on-line prima te reserveren. (kleine aanbetaling, restant betaal je aan boord) We vertrekken op 15 juni om 17.00uur vanuit Baie-Comeau en komen 19.20uur aan in Matane.

9 juni 2018: Vanmorgen 11.10uur (eerste mogelijkheid) ingecheckt bij Lufthansa. Voor beide vluchten prima stoelen kunnen vastleggen. Naar Frankfurt zitten we op rij 5 (lijken BC stoelen) en op het traject Frankfurt-Montreal zitten we met z’n tweeën naast elkaar op 23A & 23C. Goed dat ik geen stoelen heb gereserveerd, want er waren mogelijkheden zat. (scheelt weer een tank benzine haha) Vlucht was op het moment van inchecken nog niet eens halfvol, we gaan het zien. Morgen haalt Stenn ons 08.00uur op en rijden we naar Schiphol.

10 juni 2018: We zijn vertrokken, 09.15uur stonden we in vertrekhal 1a (die nieuwe) voor de balie van Lufthansa. Gelukkig een korte rij, ingecheckt waren we al en de koffers afgeven was snel gebeurd. In de Schengen lounge nog even op ons gemak koffie gedronken en wat winkeltjes gekeken, daarna langzaam aan naar de gate gelopen. De “punktlichkeit” was er niet helemaal bij LH, zonder enige mededeling begon het boarden 20min later. Naar Frankfurt was het een klein uurtje vliegen, waarin de cabincrew het klaarspeelde ook nog een broodje met koffie te serveren. In Frankfurt op terminal 1 aan een gate (wil nog wel eens anders zijn) aangekomen en naar onze aansluitende vlucht gewandeld. Bij de uitreis Schengen stond een kleine rij bij de automatische paspoortcontrole, maar ging allemaal best snel. Onze aansluitende vlucht naar Montreal vertrok vanaf B61 en dat bleek wel een “bus-gate” te zijn. We konden al snel aan boord en na best een stuk rijden stonden we op het platform naast een Airbus A340-300 van Lufthansa. Groot wit toestel, gespoten in de kleuren /belettering van de Star Alliance.

Toen iedereen aan boord was werd er nog even op late passagiers gewacht, wat onderweg werd goedgemaakt, we kwamen keurig volgens schema aan in Montreal. De vorige keer is wat jaartjes terug, maar Lufthansa is ons weer goed bevallen. We hadden in 23 A & C een prima plek, die beter zat als vorige jaren in de Boeings van British Airways. Verzorging was ook voldoende, wat meer drankjes was wel fijn geweest, dus onderweg maar wat gaan halen in de galley. Op Montreal Int. Airport konden we net als in Vancouver gebruik maken van APC Kiosken wat best wel snel gaat. Bagage kwam ook lekker vlot, dus we stonden snel buiten. De huurauto moesten we via een shuttlebus ophalen bij Discount, die zijn klanten graag ophaalt bij deur 7 op vertrekniveau. Daar vertrokken ook de hotelshuttles en konden we uitkijken naar twee shuttles. Die shuttlebus van het Comfort Inn kon namelijk ook, ons hotel bleek recht tegenover het autoverhuurbedrijf te liggen en die was er net wat eerder. Bij het hotel eerst even ingecheckt en daarna naar Discount gewandeld, echt aan de overkant van de weg. Daar waren we al snel aan de beurt, kleine verhuurder met vriendelijk personeel. Er bleek geen door ons gereserveerde Fullsize Car voorhanden te zijn, of we met een Jeep Patriot akkoord gingen. Wat ons betreft prima, waarop ons een witte Jeep Patriot 4×4 werd voorgereden, die samen met een medewerker werd langsgelopen om eventuele schades vast te leggen. Van alle plekjes (hoe klein ook) werd met een iPad een foto genomen en zo vastgelegd. Deze foto’s werden mij, met het contract, later toegezonden. Bij het wegrijden bleek het waarschuwingslampje voor de bandenspanning te branden, dus nog even laten controleren. Noujah laten?, zelf maar gedaan (en bijgepompt) want deze knaap was bijzonder aardig, maar niet zo technisch. Lampje brand nog steeds, maar ik weet dat het met de bandenspanning goed zit. Lijkt een fijne auto. Goede zit, lederen bekleding, maar wel sober (hoort een beetje bij Jeep denk ik) uitgevoerd. Morgenochtend maar eens verder zien. Onze eerste ervaring met EconomyCarRental (de broker) is ook goed, alles verloopt zoals op de voucher aangegeven. In een lokaal winkelcentrum hebben we nog wat gegeten en daarna terug naar de kamer de avond nog wat opgerekt. Morgen rijden we  via weg 138 langs de Saint Lawrence River naar Quebec-City, waar we twee nachten verblijven.

11 juni 2018: Deze ochtend natuurlijk veel te vroeg wakker, maar toch maar even lekker blijven liggen en zelfs nog even geslapen. Eenmaal echt wakker hebben we prima ontbeten in het hotel. Er was van alles wel wat, warm/koud en ook nog genoeg plaats om te zitten. Na het ontbijt uitgecheckt en de bagage in de Jeep geladen. De bagage past er allemaal prima in. Helaas geen bagage-afdeksysteem, maar door de privacy-windows zie je de bagage (bijna) niet in de auto liggen. TomTom ingesteld op Quebec en rustig Montreal uitgereden. Planning was om via een provinciale weg (138) naar Quebec te rijden, maar na het zoveelste stopbord vond ik het genoeg en hebben we de snelweg gepakt. We schoten flink op en na een koffiestop bij Tim Hortons reden we rond 14.00uur de parkeerplaats van het Sainte Foy Shoppingcenter op. Daar moesten we even naar een Apple-Store, we waren echt aan een nieuwe iPad toe en met de huidige dollarstand was het wel de moeite waard deze hier in Canada te kopen. Gelijk nog even gewinkeld in dit grote shopping-center, het zijn er eigenlijk drie achter elkaar. Met een iPad-Pro en wat kleding rijker vonden we al snel ons hotel. Het Monte Christo Hotel & Suites blijkt een prima hotel te zijn. Prima kamer in het nieuwe gedeelte, voor een mooi prijsje! Morgen gaan we naar het centrum van Quebec.

12 juni 2018: Vandaag stond een bezoek aan het oude centrum van Quebec op het programma. Natuurlijk geen wekker nodig gehad en na het ontbijt met de auto naar het Sainte Foy Shoppingcenter gereden en daar de auto geparkeerd. Met een OV-dagpas (CAD 8,50 pp) zijn we verder naar het centrum gereisd. Niet helemaal goed opgelet onderweg, want op een gegeven moment reden we Quebec aan de noordzijde weer uit en dat was niet de bedoeling. Uitgestapt en bus terug genomen, maar nu wel even gevraagd waar we er uit moesten. Nu het oude centrum snel gevonden en op ons gemak alles eens goed bekeken. Je ziet hier heel duidelijk de Franse invloeden, de bouwstijl is heel on-Amerikaans/Canadees. Qua taal is het hier ook duidelijk Frans, iedereen zal je ook eerst aanspreken in het Frans. Als duidelijk is dat je deze taal niet spreekt, doen ze hier wel alle moeite doen je in het engels verder te helpen. Na de nodige oude straatjes te hebben gezien, kom je uit aan de achterzijde van het bekende Fairmonthotel. Daarachter heb je een groot/breed houten terras genaamd “Terasse Dufferin“,  vanwaar je ver over de Saint Lawrence River kunt kijken. Een rivier met een behoorlijke stroming. Via de “Promenade des Gouverneurs” een looppad/trap met 310 treden zijn we naar de Citadel gelopen. Viel eigenlijk een beetje tegen. Je had er wel een mooi uitzicht, maar van de Citadel zelf (een groot verdedigingsbouwwerk) zie je maar weinig. Terug naar beneden ging een stuk makkelijker. Eenmaal beneden hebben we nog wat rondgeslenterd en kwamen uit bij een prachtig gelegen gebouw, waar een gewapende bewaker buiten stond. Bleek het een Amerikaans consulaat te zijn, best een aparte plek. De beste man bleek het met mij eens dat je wel op slechtere plekken kon staan. Hebben die Amerikanen toch wel mooi voor elkaar. Een stuk verder hebben we heerlijk een uurtje op een terras gezeten met een goed glas Rose en Sangria Rouge. Prima plekje daar, uit de zon en maar mensen kijken. Tegen een uur of vier hadden we het wel gezien en zijn met met de bus teruggereden naar de auto om naar het hotel te gaan. Helaas geen duik in het zwembad, dat stond ivm een verbouwing leeg. In de avond nog wat kleine inkopen gedaan in een nabijgelegen mall en gelijk daar wat kleins gegeten in het Foodcourt. Morgen gaan we Quebec verlaten en reizen we door naar Taddoussac.

13 juni 2018: Na het ontbijt de TomTom ingesteld op de watervallen van Montmorency. Volgens de kenners een waterval die je niet mag missen, wij zijn echter niet verder gereden als de ingang van de parkeerplaats. Er viel best een behoorlijke hoeveelheid water naar beneden, maar van afstand vonden we de waterval niet bijzonder dus we zijn doorgereden richting Tadoussac, een ruime 200km ten noorden van Quebec. In Quebec was het nog lekker weer, maar we waren de stad nog niet uit of het begon eerst te spetteren en later gewoon te regen, daarnaast viel de temperatuur zo’n 10 graden naar beneden. De weg langs de Saint Lawrence River was mooi. Veel hoogteverschillen met soms onverwacht venijnige klimmetjes. Je merkt wel dat de Jeep een zware auto is, die 2.4L moest af- en toe flink aan het werk. De auto rijdt trouwens heerlijk soepel. Zit is goed, lekker hoog en ligt goed op de weg. Leuke afwisselende wegen om te rijden en hoe verder we reden, hoe droger het werd. Aangekomen in Baie-Sainte-Catharine moesten we de Saguenay River (Fjord) oversteken om in Tadussac te komen. Deze kruising van de Saguenay River en de Sainte Lawrence River is vwb wildlife (Walvissen/Beluga’s etc.) een bijzondere plek. Door de vermenging van zoet en zout water (zie foto) schijnen er bijzonder veel voedingsstoffen in het water te zitten waardoor dit een bijzonder goede plek schijnt te zijn om walvissen en Beluga’s te spotten. Daarnaast zwemmen er ook veel dolfijnen en zeehonden rond. Nu het nog droog was, dachten we slim te zijn om voor de ferry naar Tadoussac in Baie-Sainte-Catharine al een tocht op zee te maken. Aangekomen bij het bedrijf AML, die deze tochten per boot of Zodiac daar verzorgd, bleek dat we nog geen 10 min meer hadden tot de volgende afvaart. In die tijd moest ik de auto parkeren, we ons warmer aankleden (het was inmiddels nog maar 13 graden) en nog kaartjes kopen. Dat ging dus niet meer lukken, morgen beter. We zijn doorgereden naar de ferry, die ons naar Tadoussac zou brengen, Best grappig, een brug was zeker niet gewenst/mogelijk, nu draaien drie ferry’s (gratis) daar hun rondjes om iedereen over de Saguenay River te zetten. We konden gelijk aan boord en na een kleine 15min waren we al aan de overkant. We zijn eerst even doorgereden naar La Bergeronnes, daar moest het mogelijk zijn om vanaf de kant walvissen te spotten, die door de stroming daar bijzonder dicht aan de kant komen. Helaas hebben we die bijzondere plek niet kunnen vinden, nog maar even op het internet opzoeken. Terug in Tadoussac ingecheckt in ons hotel voor de komende twee nachten, het Galouine Auberge & Restaurant. Het hotel zag er op het internet al geweldig uit en in werkelijkheid ook. Leuke ontvangst en prima kamer. Niet al te groot, maar wel gezellig en van alle gemakken voorzien. Bij het inchecken gelijk een Whaletour voor morgen geboekt. Deze keer niet in een Zodiac, maar een (eventueel overdekte) boot, want er wordt morgen veel regen verwacht. Ik hoop dat het meevalt, maar ik ben er bang voor. Vanavond hebben we heerlijk in het bijbehorende restaurant gegeten. Goede menukaart en we hebben voor Amerikaanse/Canadese begrippen lang aan tafel gezeten, Nu nog wat tv kijken, morgen na het ontbijt drie uurtjes met de boot het water op en maar hopen dat de walvissen en Beluga’s zich laten zien. 09.25uur worden we opgehaald.

14 juni 2018: Vanmorgen stonden we keurig op tijd bij de shuttle-halte van AML,, maar geen shuttle te zien. Toch maar even terug het hotel in en even laten bellen. Ze waren ons vergeten en direct de bus terugsturen, waardoor we als laatste aan boord kwamen. Na ons werd de loopplank direct weggehaald en voer de boot weg. Een beste boot van AML, ivm de weersomstandigheden (het regende nog steeds) zijn we binnen (stuurboordzijde) gaan zitten achter een groot raam met uitzicht op een woelige zee. Na ruim een half uur varen zag ik op ruime afstand meerdere “witte bollen” in zee rondzwemmen, het waren Beluga’s. Kort daarop zag onze gids ze ook en helde de boot naar stuurboord, omdat iedereen naar buiten stormde om de Beluga’s te zien. Het bleken er ruim 30 te zijn, wat behoorlijk zeldzaam was volgens onze speaker/gids Chantal. Ik heb er geen enkele foto van gemaakt, je zou er niets op zien. De zee was behoorlijk woelig en de Beluga’s zwommen op ruime afstand en ook nog eens aardig door. Later zwom er aan bakboordzijde (waar wij niet zaten grrr) ook nog een Minky Whale langs, die hebben we niet gezien. Wel, ook weer op ruime afstand, waarschijnlijk een viertal Minky Whales, maar dat was het voor vandaag. Het was een leuk tripje op zee maar, waarschijnlijk door de weersomstandigheden, verder geen grote vissen gezien. De boot voer nog een stuk de Saguenay Fjord in, maar ook daar geen grote vissen en toen waren de drie uurtjes al weer voorbij. Wel jammer dat we weinig hebben gezien. De omstandigheden (zie foto) in de Saint Lawrence River en de Saguenay Fjord maken het tot één van de beste plekken in de wereld om Sea Wildlife te spotten. Er schijnt hier onder in het “Laurentius Channel” ongelofelijk veel “krill” te ontstaan, wat walvissen dan weer aantrekt. Let op het kaartje vooral op de diepteverschillen onder water. Die vuurtoren “Haut-Fond Prince (Prince Shoal) Lighthouse” staat op een onderwaterberg, het is daar midden in de Saint Lawrence maar 20 meter diep. Verder hebben we er een luie dag van gemaakt, door wat te relaxen op de kamer. Eenmaal droog, heb ik nog een leuke hike door Tadoussac en omgeving gemaakt. Voor het avondeten zijn we ons te buiten gegaan aan een vers gebakken 16″ pizza, heerlijk! Morgen rijden we verder naar Baie Comeau, om daar met een ferry de Saint Lawrence Bay (geen rivier meer) over te steken naar Matane, waar we overnachten.

15 juni 2018: Deze ochtend gewekt door een heerlijk zonnetje, we zijn rustig opgestaan, ontbeten, uitgecheckt en op pad gegaan. Deze herberg “Galouine Auberge & Restaurant” ons prima bevallen, zou bijna zeggen, voor herhaling vatbaar. Zou wel fijn zijn als ze dan wat aan het WIFI hebben gedaan, dat was echt een drama. Naar Baie Comeau was een ongeveer 200km rijden over weg 138 die constant de kustlijn volgt. Dan rij je weer op zeeniveau, dan ga je weer even de heuvels in, heel afwisselend en veel te zien. De grootse verrassing was, dat ter hoogte van Papinachois een zwarte beer de weg overstak. Dat hadden we niet verwacht en zeker niet hier, het was nou niet echt een verlaten stukje Canada. We hebben dan ook geen foto kunnen maken. Tot nu toe geen hert of Moose te zien en dan ineens dit, raar land dat Canada maar wel leuk! Aangekomen in Baie Comeau hadden we nog ruim twee uur voordat de Ferry naar Matane zou vertrekken, dus nog wat inkopen gedaan in de plaatselijke Walmart. Daar zat ook nog een mini Mall aan vast met een grote sportwinkel waar ze sportschoenen van Under Armour hadden die ik eerder al had gezien, maar nu met 20% korting. Ook weer in de pocket! Daarna naar de Ferry-terminal gereden, waar ons een plekje in “Lane 6” werd toegewezen. De boot was nog niet binnen, we hebben daar nog heerlijk drie kwartier met een drankje in de zon gezeten. Boot was keurig op tijd en nadat alles was uitgeladen, konden we al snel aan boord. Je moest op dek 6 van de boot betalen, dus gelijk maar gedaan voordat de meute dit ook ging doen. Precies om 17.00uur vertrokken we richting Matane. We hebben geruime tijd aan dek gestaan om te kijken of we nog wat walvissen/Beluga’s konden spotten, maar ook hier lieten ze zich niet zien, ik ben er wel klaar mee. De oversteek duurde net iets langer dan 2 uur, tijd genoeg om aan boord nog wat te eten. In Matane aangekomen werd er in een rap tempo uitgeladen en al snel stonden we in de lobby van het Riotel Matane. Vriendelijke ontvangst, maar we werden ondergebracht in de dependance van het hotel. Op de kamer aangekomen bleek de hordeur te zijn geforceerd, kon de buitendeur niet op slot en leek het alsof er niet gestofzuigd was, er lag nog van alles op de vloer. Niet echt 4**** waardig, dus even de receptie gebeld, Direct werd ons een andere kamer aangeboden. Ook in deze dependance, maar nu wel schoongemaakt en netjes. Kamer is geboekt via Hotwire, valt ons best wel een beetje tegen deze keer. Morgenochtend hebben we een lange rit voor de boeg, iets meer dan 600km naar Prince Edward Island. in New Brunswick. Ook wel fijn, zijn we eindelijk van het “Frans” verlost.

16 juni 2018: Deze ochtend redelijk op tijd opgestaan, we hadden een lange rit (603km) voor de boeg. Auto volgetankt en met lekkere kop koffie het gas er op. Geen autosnelwegen hier, maar allemaal provinciale 2-baans wegen. Op de meeste mag je 80 a 90km/u, maar op de grote doorgaande wegen 100 en soms zelfs 110. Met een lunch- en tankstop kwamen we rond 16.30uur aan op Prince Edward Island. Vandaag zijn we via de 12,9km lange Confederation Bridge naar het eiland gereden, het eiland af gaan we met de ferry van Wood Island PEI naar Caribou NS. Best grappig, je reist er gratis naar toe, het maakt niet uit via wat je het eiland verlaat. Via de brug of met de ferry, je betaald (CAD 78) alleen voor de terugreis. Een mond vol “Prince Edward Island”, dus iedereen heeft het hier over PEI, zo staat het ook op alle borden. De uitbaatster van Baywatch Lighthouse & Cottage had ons per mail aangegeven dat ze er niet was, maar appartement 7 was open en de sleutel lag op tafel. Keurig nette/schone maar zeer eenvoudige kamer. We wisten dat op het “dek” een fijne BBQ stond te wachten, dus onderweg maar wat gehaald en de BBQ aangestoken. We hebben prima gegeten, smaakte allemaal lekker. Wel binnen de kachel aan aangedaan, buiten is het slechts 10 graden. Zijn we niet echt gewend tijdens onze vakantiereizen naar de VS en Canada. Morgen gaan we PEI verder verkennen.

17 juni 2018: Vandaag geen gehaast, we hebben een hele dag om de omgeving te verkennen. Na het ontbijt naar Charlottetown gereden, de hoofdstad van PEI. Dit stadje is in het hoogseizoen een “cruise-bestemming”, vandaag lag er geen cruiseschip en was het er heerlijk rustig. Eerst maar eens een terras van Starbucks opgezocht voor een lekkere koffie in de zon, daarna het stadje verder ingelopen. Charlottetown heeft een leuk oud centrum met een klein haventje, leuk om te zien hoe ze deze oude gebouwen in ere houden en restaureren. Haven zat trouwens vol met rare kwallen, zeker geen zwemwater. Na een uur of twee hadden we het oude centrum wel gezien en hebben we nog wat gewinkeld in een mall. Daarna zijn we met een omweg teruggereden naar ons hotel en wilden Brackley Beach (het strand zelf) nog even verkennen. Dit stuk strand bleek echter bij een Provincial Statepark te horen, bij het tolpoortje zijn we omgedraaid, we hadden geen zin om voor een half uurtje strand te betalen. Bij het hotel de BBQ weer opgestart en lekker zitten eten. Morgen verlaten we PEI en steken we per ferry over naar Nova Scotia.

We hebben besloten om onze route bij te stellen en niet naar het noordelijke puntje van Novo Scotia te rijden en ons meer te richten op de kustlijn tussen Halifax en Bridgewater/Lunenburg. We laten het rondje Cap Breton dus vallen. Het hotel in Marjoree Harbour konden we nog net zonder kosten annuleren. Het hotel van morgen in Iona ook, maar met kosten.

18juni 2018: Niet al te laat opgestaan, we wilden de ferry van 11.15uur naar Caribou halen. Vanaf ons hotel 97 km rijden over een eiland waar je geen gas kan geven. Maar goed dat we op tijd waren weggereden. Bij Charlottetown, precies op een brug waar wij overheen moesten, had een frontale aanrijding plaatsgevonden. De (zwaar)gewonden (kon niet anders) lagen al in de ambulances voor behandeling. Gelukkig voor ons werd het overig verkeer mondjesmaat doorgelaten, met ongeveer een half uur vertraging konden we door naar ferryterminal bij Woord Island. We hadden deze ferry niet gereserveerd, dat bleek ook helemaal niet nodig. Er konden op deze ferry ” MV Confederation” 220 personenauto’s mee en er stonden er nog geen 100. Boarden ging snel en we werden naar het onderste dek gedirigeerd. De oversteek naar Caribou in Nova Scotia ging lekker snel (57min) en hoewel het op de “Northumberland Strait” stevig waaide, lag de ferry bijzonder rustig in het water. Het lag in de bedoeling door te rijden naar Peggy’s Cove, maar dat hebben we bijgesteld. We waren nog maar net de ferry af of het begon stevig te regenen en het zag er niet naar uit of het die dag nog wilde stoppen. Even bij een Tim Hortons koffie gehaald en gebruikgemaakt van hun WIFI om de (indoor)mogelijkheden in Halifax te bekijken. Uiteindelijk zijn hebben we ons deze middag vermaakt in een grote mall, worden volle tassen op de terugweg. Uiteindelijk rond 20.00uur aangekomen in het Days Inn & Conference Center (by Wyndham ?) in Bridgewater.

19 juni 2018: Prima vestiging van de Days Inn keten, we hebben heerlijk geslapen en na een goed ontbijtje (aan tafel geserveerd !), zijn we op pad gegaan. We zijn via de 103 naar het nog war zuidelijker gelegen Liverpool gereden, om vanaf daar de kustlijn in noordelijk richting te volgen. Een bijzonder leuke route, ook wel de “Lighthouse Route” genoemd. Het was inmiddels weer lekker zonnig weer geworden en hebben we met hier- en daar een stop de kustlijn gevolgd. Aangekomen bij La Have zijn we met een “kabel ferry” de La Have River overgestoken richting Lunenburg. Aangekomen in Lunenburg hebben we de auto geparkeerd en zijn we het oude havenstadje ingelopen. Een leuk/klein havenstadje met veel geschiedenis aan de Mahone Bay, ook bekend om zijn soms felgekleurde huizen en visrestaurants. Vroeger een belangrijke havenstad voor de fransen, die rondom Lunenburg diverse forten hadden gebouwd om zich de lokale indianen van het lijf te houden. Leuk om te te bezoeken, niet al te groot dus na een uurtje alweer op pad richting ons hotel Bridgewater. Het was een bijzonder leuke dag door een mooie omgeving.

20 juni 2018: Blijft toch een vreemde gewaarwording, bediening aan tafel tijdens het ontbijt in een Days Inn Hotel. Meestal eet je daar een broodje/donut uit cellofaan en dan nu dit. Deze Days Inn heeft zijn zaken keurig voor elkaar en dan niet alleen tav hun ontbijt. We hebben de de draad van gisteren weer opgepakt en volgen de ” Lighthouse Route” verder richting Halifax. Deze route slingert zich langs de kust in noordelijke richting naar Halifax en je komt er mooie stukjes van Nova Scotia tegen. Onderweg lekker een koffie/mokka bij Tim Hortons gehaald, even lekker buiten in de zon gezeten. Vandaag was trouwens een stralende onbewolkte dag, de 25 graden werd ruim gehaald. Vlak voor Peggy’s Cove (filmpje) zijn we even gestopt bij het Swiss Air 111 memorial.   Het is al weer een tijd geleden (2 september 1998) dat deze vlucht is verongelukt. Onderzoek heeft uitgewezen dat kortsluiting in de bedrading achter de cockpit de oorzaak is geweest. Crash-site van vlucht SR111 lag z’n beetje thv Peggy’s Cove in de St. Margaret’s Bay Nova Scotia. De Canadezen hebben daar langs de kust een mooie gedenkplaats ingericht, een plek waar je zeker even moet stoppen. Niet ver daar vandaan ligt dan ook Peggy’s Cove, een bijzonder mooi stukje Nova Scotia. We hebben de auto geparkeerd bij het visitor-centre en zijn verder richting de vuurtoren gelopen. Leuk “groepje huizen en een haventje”, om doorheen te lopen naar de vuurtoren. Vuurtoren is opgebouwd op allemaal van die gladde rotsen, waar de Atlantische Oceaan zijn best op doet deze te verpulveren. Na wat foto’s te hebben gemaakt zijn we doorgereden naar Halifax. Daar hebben we nog wat inkopen gedaan en verder naar ons hotel gereden, We verblijven nu in de Travelodge Suites. Een prima hotel, we kregen een mooie grote kamer met uitzicht op de haven op de begane grond. Het was inmiddels al 19.00uur geweest en hadden geen zin meer om er voor het eten uit te gaan. Dan is de bezorgdienst van de lokale pizzaboer een uitkomst! Morgen gaan we het centrum van Halifax in. We steken met een kleine veerpont personen- en fietsers)  de haven over, die ons bij het centrum van Halifax af zet.

21 juni 2018: Vandaag hebben we Halifax bezocht. Rond 11.00uur hebben we de auto geparkeerd op de parkeerplaats van de Alderney Ferry. Deze ferry brengt voetgangers en fietsers in 10min naar Halifax. Je hoeft dan vanuit Dartmouth niet over de tolbrug om in Halifax te komen. Bij de ferry gooi je 2,50 CAD per persoon in een trechter en de beveiliger laat je door. Het pontje zelf is een grappig ding, we dachten vooruit te varen, maar nog maar net van de kant draaide het ding om zijn as en voer naar de overkant. Wendbaar bootje, voor de kenners, ik denk een schottel of twee schroeven. Pontje vaart om het kwartier naar de overkant. In Halifax aangekomen sta je gelijk op de Halifax Harberfront-Boardwalk. Een houten loopvlonder die je langs de waterkant van Halifax voert. Eerst zijn we het centrum doorgelopen om bij de Citadel te komen. Een hoger/strategisch gelegen verdedigingswerk (filmpje) wat deel uitmaakte van een 5-tal verdedigingsbouwwerken die Halifax ooit moesten beschermen. Niet ver lopen, wel stief omhoog. Bij de ingang van de citadel aangekomen stond een bijzonder chagrijnige “Guard” (in vol ornaat) op wacht, beetje lachwekkend. Na een folder te hebben bekeken en een gesprek met een medewerkster hebben we de Citadel niet bezocht. Het kanon schieten was al voorbij en de rest (het museum) trok ons niet zo. Naar beneden was makkelijker, zeker als je over een lullig richeltje onderuit gaat en bijna je enkel breekt. De rest van onze tijd in Halifax hebben we doorgebracht in het centrum en eerder genoemde Harbourfront boardwalk. Leuke dag in een gezellig Halifax. Morgen verlaten we Nova Scotia en rijden we naar Saint George in New Brunswick.

22 juni 2018: Vandaag een lange rit, van Halifax naar Saint George in Newe Brunswick (NB) was het een ruime 500km rijden. Met een stop bij een Walmart, het NB Visitor Center en een koffie/lunchstop bij Tim Hortons toch weer een voorspoedige rit. Was wel even vreemd toen ik op de TomTom aangaf geen tolwegen te willen en er een behoorlijke omweg werd aangeboden. Toch maar gekozen voor de tolweg. Later bleek dat echter maar 18km (4 CAD) tolweg te zijn en niet het hele stuk tussen Truro en Moncton. Je zal dat stuk maar zijn omgereden haha… Aangekomen in Sant John (stad is helemaal niets!)) zijn we op zoek gegaan naar de “Reversing Falls“. Dit is een nauwe verbinding van binnenwater met open zee (Bay of Fundy), waar door het belachelijke groot verschil tussen Eb- en vloed (16m, grootste getijdenverschil ter wereld), deze rivier (afhankelijk van het tij) met grote kracht landinwaarts- of naar zee stroomt. Nu was het duidelijk aflopend tij, een kolkende stroom water perste zich door de nauwe doorgang richting zee. Later, rond 18.00uur, zou het ” doodtij’ zijn en staat de stroom stil, voordat het zich weer met geweld landinwaarts zal persen. Mooi stukje natuur om even te bekijken. Na even te hebben rondgelopen zijn we via de Lighthouse Route verder gereden richting Saint George. Weer een prachtige weg, langs toch weer een heel ander stuk kust, eens tuk waarbij het water ver is teruggelopen. Aangekomen in Saint George hebben we eerst ingecheckt in ons hotel (Granite Town Hotel) en zijn daarna een hapje gaan eten in een visrestaurant in het dorp. Anoes aan de burger, maar ik aan de Haddock (Schelvis) en Garnalen, beiden met ribbelfriet en klein bakje koolsla. We hebben lekker buiten op het terras van restaurant Birch Grove zitten eten. Morgen rijden we nog een stukje Canada en gaan we de grens met Amerika over. Overnachten doen we dan in het BestWestern plus in Agusta. Vanavond nog even kijken of we wel- of niet via Bar Harbor willen rijden. Vast mooi stukje kust in het Acadia NP, maar we weten het nog niet.

23 juni 2018: Vandaag later opgestaan, de eerste helft van België-Tunesië  gekeken en op ons gemak ontbeten in het hotel. Om gelijk maar met de cliffhanger van gisteren te beginnen, geen Bar Harbor. We hebben besloten Bar Harbor (Acadia NP) niet aan te doen, maar via om de Bangor Mall gelijk door te rijden naar ons BW hotel in Augusta. Natuurlijk moesten we eerst Amerika nog binnen zien te komen. Rond een uur of 11 stonden we in de rij (4 auto’s voor ons) van de nieuwe grensovergang bij Saint Stephen. Eenmaal aan de beurt werden we door een CBP dame vriendelijk naar binnen verwezen voor “documents”. We werden al gelijk door een wat oudere ambtenaar naar voren geroepen, die ons na een aantal vragen a 6 USD p.p. voorzag van een I-94w. (incl. foto, vingerafdrukken etc,) Hij was niet echt onvriendelijk, maar heeft ons wel tig keer gezegd dat het toch echt makkelijker was geweest als we al een ESTA hadden gehad. Dat begrijp ik, maar makkelijker voor wie? Nu moest de oude baas even werken voor zijn geld. E.e.a. heeft zo’n 45 min geduurd en we we waren in Amerika.

In de Bangor mall was het erg rustig en voor weinig een paar mooie shirtjes kunnen scoren. Hierna zijn we via de I-95 doorgereden naar Augusta. Voordat we bij het hotel waren, eerst even gestopt bij de nabij gelegen Regal Cinema, daar draait de nieuwe Jurassic World (Fallen Kingdom) al. Vanavond hebben we lekker zitten eten in een hele drukke Olive Garden. Morgenavond maar eens in 3D naar kijken.

24 juni 2018: Vandaag heerlijk luie dag gehad, we hebben heerlijk lang uitgeslapen, voetbal (ENG-PAN) gekeken en Verstappen 2e zien worden in de Grand Prix van Frankrijk. Het weer laat een dagje aan het zwembad niet toe, het badje zelf ook niet trouwen, dus de omgeving maar wat verkend. Na een snelle hap bij de Mac was het al tijd voor Jurassic World. Leuke film met mooie effecten, maar het verhaal ontbrak een beetje. Fijne bioscoop trouwens, met van die mooie “recline-stoelen”. Morgen gaan we verder, dan gaan we naar North Conway en slapen we in een BW in Franconia. We hopen dat deze BW beter is dan deze in Agusta, die zijn tijd echt wel heeft gehad. Minste BW waar we ooit geslapen hebben. Een vraag van Best Western om een enquete in te vullen is dan ook een schot voor open doel.

25 juni 2018: Over het kingbed zal je ons niet horen, heerlijk geslapen en nog net het ontbijt gehaald. Daarna op ons gemak naar North Conway gereden. Opschieten was er niet bij, je moet helemaal binnendoor via alle kleine provinciale wegen naar North Conway in de White Mountains. In North Conway hebben we Settlers Green Outlet Village een bezoek gebracht, een echte tax-free Outlet Mall. Het was op deze maandagmiddag ook nog eens heerlijk rustig, op drukke dagen sta je hier buiten het dorp al in de file. We hebben aardig ingekocht met als topper een Levi spijkerbroek voor Annouchka voor (omgerekend) slechts 9 Euro.

Na de Mall was het nog een uurtje rijden naar Franconia, waar we hebben ingecheckt in het Best Western White Mountain Inn. Bij binnenkomst zagen/roken we al gelijk dat we goed zaten, zo hoort een BW te zijn. We kregen een prima kamer op de begane grond, hebben de bagage gedropt en zijn in de auto gestapt om te gaan eten in het nabij gelegen Littleton. We zijn daar eerder geweest, daar zit een lekker Applebee’s, daar hadden we echt zin in. Morgen gaan we Amerika al weer verlaten en rijden we naar Bromont in Canada, we slapen daar in het Auberge Bromont. Dit hotel heeft een mooi groot buitenzwembad en er wordt mooi weer verwacht, dus met een beetje mazzel….

26 juni 2018: Vandaag niet veel kilometers gereden, van Franconia naar Bromont was het maar 202 kilometer rijden. Eerst een stuk over Interstate 93 en 91, later zijn we over provinciale wegen verder naar Bromont (Canada) gereden. Via bordercrossing Richford zijn we Canada weer ingereden. Bij de grens ons I-94w keurig (registratie uitreis) bij de Canadezen afgegeven. Na weer wat ” grensbewakingstechnische” vragen konden we al snel verder. We waren de enige passant daar haha. Net over de grens kwamen we trouwens een bijzonder huis tegen (zie foto). Geweldig groot huis met allemaal beelden, heel apart. In Sutton, het eerste stadje wat we in Canada tegenkwamen, hebben op een terras in de zon koffie gedronken met wat lekkers er bij. Allemaal in eigen huis gemaakt, zelfs de koffie werd daar zelf gebrand. Wel wat te vroeg (rond 13.00uur) aangekomen bij ons hotel “Auberge Bromont“, Kamer was nog niet klaar, maar we konden wel lekker bij het zwembad een ligbedje uitzoeken. Daar hebben we tot een uur of vijf lekker gelegen en gezwommen. Dit hotel hebben we via Hotwire gescoord en is prachtig gelegen met uitzicht op het skigebied van Bromont. Kamer is bijzonder ruim en van alle gemakken voorzien. Later hebben we nog wat gegeten bij “Mike’s“. Annouchka een Honey/BBQ Pizza en ik “Lobster/Shrimp Sliders”. (drie kleine broodjes met kreeft/garnalen en frietjes). Morgen gaan we richting Montreal, het einde van de vakantie is in zicht…helaas.

27 juni 2018: Vandaag slecht 78km te rijden naar Montreal. We zijn eerst gestopt bij een groot winkelcentrum aan de oostzijde van Montreal, eigenlijk in Brossard, hier moesten we nog even naar een winkel van Apple. Dit shoppingcenter “Quartier Dix30“, is best groot, maar zit raar in elkaar. Alles zit er wel, maar erg verspreidt, je loopt er heel wat af. Niet geheel onbelangrijk, het was allemaal best aan de prijs daar. Na Quartier Dix30 hebben we de TomTom ingesteld op Mont Royal. Vanaf deze heuvel heb je een mooi uitzicht over de stad Montreal. Het duurde lang om daar te komen, verkeerstechnisch is Montreal een ramp. Aan veel wegen wordt gebouwd en het asfalt wat er dan nog ligt is van zeer slechte kwaliteit, je stuitert echt alle kanten op. Begint al met de oversteek van de Saint Lawrence River. De oude brug staat op instorten, vandaar dat er vlak naast een nieuwe brug wordt gebouwd. De bouw van deze brug ondervindt veel tegenslagen en duurt nu al jaren, met alle belasting/overlast door de oude brug van dien. Aangekomen boven op Mont Royal is voldoende parkeergelegenheid en heb je inderdaad een mooi uitzicht over de stad Montreal en de Saint Lawrence River. Er staat ook een groot gebouw “Le Chalet”, waarin nu een bezoekerscentrum is gevestigd. Nadat we daar wat hebben rondgelopen en de nodige foto’s te hebben gemaakt wilden we wel naar ons hotel L’Oasis De L’ile in Saint Eustache aan de westzijde van de stad Montreal. We hebben over deze 38km bijna twee uur gedaan. Het bleek niet zo slim om de stad Montreal rond een uur of vier te verlaten, dat plan hadden meer automobilisten voor ogen. Na drie weken geen enkele file, hebben nu ons portie wel gehad. Het hotel voor de komende twee nachten (gelijk met vliegticket geboekt) bleek een goede keuze. Het hotel ligt op een eilandje in de “Riviere des Milles Iles” en heeft naast een aantal mooie kamers ook een Spa. We lopen nu dan ook al twee dagen met zo’n blauw bandje om de pols. De Spa bestaat uit een aardig (tropisch aandoend) zwembad met een aantal bubbelbaden, relaxruimtes en sauna’s. Morgen gaan we weer naar Montreal om de stad verder te bekijken.

INTERNET LAAT FOTO’S UPLOADEN DE LAATSTE DAGEN NIET TOE (of de camera ligt nog in de auto), ZODRA MOGELIJK ZAL IK ZE TOEVOEGEN.